Golden keys from the space before form.
TEACHING #01

Sidenote: wanneer ik in deze teaching spreek over de King en The Little Prince, heb ik het niet alleen over gender. Ik heb het over de mannelijke architectuur in ons allemaal. Het deel dat bouwt, leidt, beschermt, richting geeft, draagt en het leven in vorm brengt. En daarmee ook over de verhouding tussen het mannelijke en vrouwelijke in onszelf.
Voor vrouwen kan dit iets zichtbaar maken over het mannelijke dat we in onszelf hebben ontwikkeld én over het mannelijke dat we steeds opnieuw uitnodigen in de mannen naast ons.
Voor mannen kan het iets zichtbaar maken over de verhouding tussen de King en The Little Prince in henzelf. Over wat er met hun mannelijke kracht gebeurt wanneer ontvankelijkheid, intuïtie, spel, verwondering en verbinding onderweg naar volwassenheid achterblijven.
De archetypen in deze teaching zijn geen vaste identiteiten. Het zijn spiegels. Misschien is de diepere vraag wat wij allemaal hebben leren achterlaten om de vorm aan te nemen waarvan we dachten dat volwassenheid die van ons vroeg.
WHAT IF RISING WAS NEVER ABOUT BECOMING MORE?
The illusion of elevation and why the smallest parts of us may hold the key to our greatest expansion.
Ik ben op dit moment in Frankrijk, in de vallei van The Little Prince.
En pas hier, omringd door het landschap, begon ik de overeenkomsten te zien tussen het verhaal van The Little Prince en the antiform. Ik was niet per se op zoek naar een bevestiging van mijn werk, maar ineens begon ik de parallellen te herkennen. De manier waarop het universum mij altijd sleutels brengt door overeenkomsten te tonen, liet zich opnieuw zien door Le Petit Prince, het verhaal van Antoine de Saint-Exupéry uit 1943.
De rode draad: volwassenen die allemaal vastzitten in een vorm. De koning in zijn macht. De ijdeltuit in bewondering. De zakenman die de sterren telt en denkt dat hij ze bezit. De geograaf die alles registreert, maar zelf nauwelijks onderzoekt.
Allemaal hebben ze hun werkelijkheid georganiseerd rondom een vorm die uiteindelijk hun identiteit is geworden.
En dan The Little Prince.
Die kijkt. Vraagt. Ziet.
Een tekening van een slang met een olifant erin is voor volwassenen een hoed. The Little Prince ziet wat er werkelijk getekend is voorbij vorm.
the antiform: the place before identity where essence is still free to become form. It’s the space of The Little Prince.
The Little Prince is not the absence of form. He is the essence before form. The place from which the next form can still be born alive.
THE YOUNG PRINCE IN MY DREAM
En terwijl ik hier liep, dacht ik ineens aan een droom die ik maanden geleden had.
Ik was op een plek die ik als Nieuw-Zeeland omschreef. Ik stond hoog op een klif en beneden zwommen walvissen. Ik wilde ze filmen en lag op mijn buik, maar ineens werd ik me bewust van de hoogte. Mijn lichaam bevroor. De grond onder me begon af te brokkelen en ik kon geen kant meer op.
Tot ik mediteerde en naar binnen keerde. Er kwam een andere beweging: van binnenuit. Ik maakte een backflip.
En in plaats van naar beneden te vallen, kwam ik terecht in een tempel.
Daar stond een jonge prins. Een jongen van ongeveer tien jaar. Hij leidde me verder de tempel in, naar kleine altaartjes. Een munt. Een brief. Een mummie. Alsof ik steeds verder werd geleid langs iets ouds, iets essentieels, iets wat bewaard was gebleven.
Ik heb die droom nooit verbonden aan The Little Prince.
Tot ik letterlijk in zijn vallei stond en ineens dacht:
The young prince in my dream IS the Little Prince.
En vanaf dat moment opende zich een veel grotere laag.
WHAT IF WE CALLED THE KING TOO SOON?
Ik ben zelf opgevoed door mijn niet-biologische vader. Een krachtige, zakelijke man. Je zou de wereld waarin ik opgroeide kunnen omschrijven als een wereld van jagen, grotere huizen, grotere auto’s, meer geld, daadkracht, richting, verantwoordelijkheid en autoriteit.
Dat is de taal waarin ik ben grootgebracht. En de energie die ik herken als ‘veilig’. Als: alles onder controle.
Later in mijn leven ontmoette ik vanzelfsprekend andere vormen van mannelijkheid. Mannen die speelser waren, meer go with the flow, minder gericht op najagen, soms vrijer en soms ook minder vanzelfsprekend in het dragen van verantwoordelijkheid.
Ik heb dat heel lang verwarrend gevonden. Omdat ik altijd zocht naar de King. Dat is wat ik kende. Dat is wat mijn systeem herkende.
En binnen het werk met vrouwen hoor ik het overal:
Return to the King. Rise, King, rise.
We willen dat onze mannen gaan staan. Leiden. Dragen. Richting geven. Verantwoordelijkheid nemen. We verlangen naar het masculine dat een veld kan houden, zodat wij eindelijk kunnen zakken, verzachten en surrenderen.
Maar hier, in de vallei van The Little Prince, kwam er ineens een totaal andere vraag in me op.
Wat als we de King te vroeg zijn gaan aanroepen?
Wat als een man die nooit werkelijk The Little Prince heeft mogen zijn, die nooit vrij heeft mogen waarnemen, spelen, verwonderen, dwalen, vragen of creëren zonder onmiddellijk productief en verantwoordelijk te hoeven zijn, uiteindelijk wel de vorm van de King kan aannemen, maar zonder de essentie die hem van binnenuit bezielt?
Dan krijgen we misschien de King as form.
Het huis wordt groter. De auto groter. Het geld meer. De autoriteit steviger. De controle sterker. Hij jaagt, bouwt, beschermt en voorziet. Alle uiterlijke kenmerken zijn aanwezig.
Maar waar is The Little Prince?
Waar is degene die verwonderend naar een tekening kijk? Die zich afvraagt waarom de zakenman sterren telt die hij nooit werkelijk kan bezitten?
Waar is de verwondering? Het spel? Het open hart?
Misschien kan de ware King alleen geboren worden uit The Little Prince.
DID WE CHANGE THE FORM BUT KEEP THE ARCHITECTURE?
En ineens zag ik mijn eigen zoektocht naar de King in een ander licht.
Mijn zenuwstelsel kan autoriteit, daadkracht, controle, geld en richting hebben leren herkennen als veiligheid. En wanneer ik vervolgens tegenover een man sta die speelt, stroomt, vertraagt of minder jaagt, kan mijn systeem zeggen: hier kan ik niet ontspannen. Hij moet groter gaan staan. Hij moet meer dragen. Hij moet King worden.
Maar wat als ik op dat moment helemaal niet wacht op veiligheid?
Wat als ik wacht op herhaling van wat ik ken?
Misschien houden we onbewust zelf een illusie in stand wanneer we zeggen dat we pas volledig kunnen ontspannen wanneer de man in zijn grootsheid gaat staan.
Als hij maar volledig in zijn King komt, kan ik eindelijk in mijn feminine ontspannen.
Als hij leidt, kan ik zakken.
Als hij draagt, kan ik loslaten.
Als hij stijgt, kan ik surrenderen.
Maar zolang wij wachten tot hij groot genoeg is om te ontspannen, blijft ons open hart voorwaardelijk.
I will meet you when you become the form in which my nervous system recognizes safety.
En daarmee maken we de afstand misschien alleen maar groter.
Ik vraag me af of we binnen bewustzijnswerk geprobeerd hebben het patriarchale model te helen door een meer bewuste versie van hetzelfde archetype aan te roepen.
De King. Rise. Lead. Provide. Hold the field. Take responsibility.
Zodat de vrouw eindelijk kan zakken. Maar wat als daar nog steeds een verticale hiërarchie in verborgen zit?
Hij moet groter worden, zodat zij zachter mag worden. Hij moet stijgen, zodat zij kan dalen. Hij moet King worden, zodat zij zich veilig voelt.
Dan hebben we misschien de vorm veranderd, maar de architectuur behouden.
En misschien is dat de maatschappelijke worst die ons wordt voorgehouden.
De man die eindelijk zo volledig in zijn grootsheid staat dat wij kunnen ontspannen.
Maar is dat werkelijk surrender?
Of hebben we onze ontspanning afhankelijk gemaakt van de vorm die de man tegenover ons weet te dragen?
THE PRINCE NEEDS THE KING. THE KING NEEDS THE PRINCE.
Ik wil hierin iets heel duidelijk maken.
Dit is geen romantisering van mannen die geen verantwoordelijkheid nemen. Een Prince die nooit geïnitieerd wordt, kan in eeuwig spel blijven. Hij kan blijven stromen, bewegen en ontwijken zonder werkelijk te landen in verantwoordelijkheid en meesterschap.
The Prince needs a King to land.
The King needs a Prince to remain alive.
Misschien is volwassen mannelijkheid precies de plek waar zij elkaar ontmoeten.
En misschien begint de King bij The Little Prince.
The Little Prince may be the return to the King.
Niet via de troon. Via het hart.
Het patriarchaat is misschien niet gebouwd door de King. Misschien is het gebouwd door Kings who lost the Little Prince.
Mannen die leerden stijgen, jagen, bouwen, bezitten en dragen, maar onderweg de verwondering verloren. Mannen die de sterren leerden tellen en vergaten ernaar te kijken.
Macro zonder micro.
En hier voel ik ook een belangrijke sleutel voor ons als vrouwen.
Niet dat wij mannen moeten redden. Niet dat wij verantwoordelijk zijn voor hun initiatie. Niet dat wij het emotionele werk voor hen moeten doen.
Maar misschien hebben wij wel een key in handen. We kunnen stoppen met uitsluitend de King te belonen, te verlangen en aan te roepen.
Misschien vraagt deze tijd van ons dat we ons eigen zenuwstelsel leren dragen en reguleren, zodat onze openheid niet langer volledig afhankelijk is van de grootsheid van de man tegenover ons.
Dat we vanuit diepe openheid en surrendering elkaar werkelijk kunnen ontmoeten.
Met een open hart. Niet door de King uit hem te trekken. Maar door The Little Prince niet langer over het hoofd te zien.
Door zelf af te dalen.
Descend.
And then meet him in the micro.
Want misschien ontstaat het grote niet doordat we elkaar blijven oproepen om groter te worden.
Misschien ontstaat het grote wanneer we open genoeg worden om het kleine volledig toe te laten.
Je kunt pas macro worden wanneer je ook micro durft te zijn.
RISE WITHOUT DESCEND
We roepen elkaar al jaren omhoog.
Rise, Sister, rise.
Rise, King, rise.
Elevate. Expand. Next level. Higher frequency. Leadership. Impact. Skyscrapers. Stratosphere.
Ik ken die taal als geen ander.
Mijn werk draagt overal die verticale beweging. Ik zie potentie. Ik zie de skyscraper wanneer iemand zelf nog naar de fundering kijkt. Ik zie het veld, de visie, de impact en de vorm die nog geboren wil worden.
Verder.
Vollediger.
We think we are rising. But sometimes we are simply accumulating more form.
More identity. More consciousness. More leadership. More impact. More frequency. More King. More Queen. More Visionary.
We call it elevation. But what if we are just becoming more covered?
The Little Prince moves in the opposite direction.
Less covered.
Closer to essence.
En misschien is juist daarom The Little Prince in mijn droom verschenen.
Misschien was mijn initiatie helemaal geen nieuwe beweging omhoog.
Maybe we first need to descend.
Niet om onze grootsheid, ons leiderschap of onze verantwoordelijkheid achter te laten.
Wat als het kleine essentiële intelligentie draagt? Wat als de verwondering, het spel, de zachtheid en de oorspronkelijke waarneming niet achter ons liggen, maar mee mogen naar de volgende vorm?
Wat als we in onze haast om te rijzen essentiële delen van onszelf beneden hebben achtergelaten?
Het kleine mag mee de skyscraper in.
The skyscraper en het vermogen om op je knieën te gaan voor het kleinste.
En + en.
Want ware expansie vraagt misschien niet dat we één richting kiezen, maar dat we steeds meer van het geheel kunnen dragen.
En daar komt voor mij nederigheid binnen.
Want rise zonder descend kan verhevenheid worden.
Wanneer we alleen maar omhoog bewegen, kan er ongemerkt afstand ontstaan tot het kleine, het menselijke, het aardse en het simpele. We gaan boven het leven staan in plaats van er dieper in.
Ook bewustzijn kan een vorm worden.
Ook leiderschap.
Ook higher frequency.
Ook visionary identity.
Ook next level creation.
Verhevenheid kan zich vermommen als elevatie.
We kunnen zo druk zijn met het vergroten van ons veld dat we niet meer voelen wat er onder onze voeten leeft.
We kunnen het universum willen dragen en ons eigen lichaam nauwelijks bewonen.
We kunnen praten over timelines, frequencies, impact en infinite potential en vergeten geraakt te worden door een roos.
BOW TO THE SMALLEST
Misschien is dat waarom The Little Prince mij nu zo diep raakt.
De volwassenen in het verhaal zijn allemaal op hun eigen manier verheven geraakt.
Ze zijn allemaal macro geworden zonder micro nog werkelijk te kunnen voelen.
Misschien is The Little Prince nooit een verhaal geweest over klein blijven.
Misschien is het een herinnering aan wat we mee mogen nemen wanneer we groot worden.
De verwondering.
Het open hart.
De nederigheid om te buigen voor een roos.
De moed om de woestijn in te gaan zonder de bron al te kunnen zien.
Het geduld om werkelijke verbinding te laten ontstaan. Het vermogen naar de sterren te kijken zonder ze onmiddellijk te willen bezitten.
En de bereidheid een vorm los te laten wanneer de essentie verder wil reizen.
Misschien grijpen we te snel naar de volwassen vorm en missen we daarmee de essentie waaruit die vorm geboren had moeten worden.
We vragen om leiderschap, draagkracht, verantwoordelijkheid, impact en grootsheid terwijl verwondering, spel en oorspronkelijke waarneming onderweg al zijn ingeruild voor de vorm van volwassenheid.
Maar the antiform vraagt niet altijd om nóg hoger te gaan.
Soms vraagt ze je af te dalen.
Om op te halen wat je onderweg naar boven hebt achtergelaten, zodat je volgende vorm meer essentie bevat in plaats van meer verhevenheid. Want hoe groter je veld wordt, hoe dieper je bereid moet zijn te buigen voor het kleinste.
Don’t become more. Be less. So more essence can unfold.
Jouw woorden voelen als een sprookje die het kind en daarmee de verwondering in onszelf weer aanwakkert.
Waarmee we niet alleen de magie van de aarde en haar natuur weer kunnen voelen en beleven, maar hier zelf ook weer onderdeel van kunnen zijn, door te geloven wie we in essentie zijn.
Vandaag ben ik ook begonnen in je boek en na een pittig tijd, voelt dit als een zachte landing in mijn hart en een uitnodiging van mijn ziel.
Dank je wel 🙏